PGS 37-1 en PGS 37-2 per 2028 van kracht uitgezonderd thuisbatterijen

Een veilige opstelling van een thuisbatterij aan een onbrandbare wand en in een bijgebouw

Vanaf 1 januari 2028 worden uniforme veiligheidsregels voor batterijen wettelijk vastgelegd in Nederland. Het gaat om de richtlijnen PGS 37-1 en PGS 37-2, die worden opgenomen in de Omgevingswet. Opvallend is dat thuisbatterijen buiten deze regelgeving blijven vallen.

Deze ontwikkeling heeft directe gevolgen voor professionals die werken met energieopslag op en rond gebouwen, waaronder ook de dak- en installatiesector.

Nieuwe wettelijke regels voor batterijopslag

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een wijzigingsbesluit waarbij de regels voor batterijveiligheid worden opgenomen in onder meer het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

De regelgeving richt zich op twee hoofdcategorieën:

  • Energieopslagsystemen (EOS): batterijen vanaf 20 kWh, zoals buurtbatterijen en industriële installaties
  • Opslag van energiedragers: accu’s in bijvoorbeeld e-bikes, laptops en elektrische voertuigen

Deze systemen worden gezien als milieubelastende activiteiten en moeten straks voldoen aan specifieke veiligheidsregels.

Wat zijn PGS 37-1 en PGS 37-2?

De richtlijnen PGS 37-1 en PGS 37-2 maken deel uit van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) en beschrijven hoe lithiumhoudende batterijen veilig moeten worden toegepast en opgeslagen.

  • PGS 37-1: richt zich op veilige toepassing van energieopslagsystemen (zoals buurtbatterijen)
  • PGS 37-2: beschrijft eisen voor opslag van losse lithiumhoudende batterijen en accu’s

Deze richtlijnen zijn opgesteld om risico’s zoals brand, explosie en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen te beperken.

Thuisbatterijen vallen buiten de regeling

Een belangrijk punt in de nieuwe wetgeving is dat thuisbatterijen expliciet buiten de reikwijdte vallen, ongeacht hun capaciteit. Volgens het ministerie past regulering van thuisbatterijen beter binnen het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), omdat het gaat om een bouwtechnische installatie. In de praktijk betekent dit dat voor thuisbatterijen andere regels blijven gelden, zoals installatie-eisen (bijvoorbeeld NEN 1010) en meldplichten bij netbeheerders.

Veiligheid en risico’s centraal

De nieuwe regels zijn mede gebaseerd op risico’s van lithiumbatterijen, zoals:

  • Thermal runaway (ongecontroleerde temperatuurstijging)
  • Brand- en explosiegevaar
  • Vrijgekomen giftige stoffen bij incidenten

Voor het bepalen van veiligheidsafstanden en risicogebieden wordt gebruikgemaakt van gevalideerde modellen, onder andere ontwikkeld door het RIVM.

Aanpassingen na consultatie

Tijdens de consultatie zijn meer dan 400 aandachtspunten aangedragen vanuit de sector. Belangrijke wijzigingen:

  • Meldtermijn verkort van 4 weken naar 1 week
  • Mogelijkheid voor flexibele inzet van mobiele batterijsystemen
  • Focus op lithium- en natriumtechnologie vanwege bewezen risicoprofielen

Wat betekent dit voor de praktijk?

De nieuwe regelgeving raakt vooral partijen die werken met:

  • Grootschalige energieopslag op gebouwen
  • Tijdelijke batterijsystemen op bouwplaatsen
  • Opslag en verwerking van accu’s

Gemeenten en bevoegd gezag krijgen via de Omgevingswet een belangrijke rol in vergunningverlening en toezicht.

De verwachte datum van inwerkingtreding is 1 januari 2028, later dan eerder gepland (2027).