
Wat beleidsmakers en ontwerpers moeten weten
Niet elk stukje groen wordt evenveel gewaardeerd. Dat blijkt uit recent onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarin de relatie tussen groene ruimte en woningwaardering is onderzocht. Ook het vakblad Stad + Groen benadrukt dat het type groen bepalend is voor de leefbaarheid, gezondheid en klimaatadaptatie in steden.
Wat zegt het PBL-onderzoek?
Het PBL onderscheidt zes typen groene ruimte, zoals laag groen (grasvelden), boomrijk, gemengd groen en parkachtig groen. Vooral gemengd groen – een combinatie van lage en hoge vegetatie – wordt breed gewaardeerd. Grasvelden en bermen scoren daarentegen laag. Opvallend is dat de waardering voor groen nauwelijks afhangt van inkomen: zowel hoge als lage inkomensgroepen geven de voorkeur aan een groene woonomgeving.
De studie laat ook zien dat de context van de gebouwde omgeving ertoe doet. Wat werkt in een suburbane wijk, werkt niet per se in een hoogstedelijke omgeving. Daarom pleit het PBL voor maatwerk en vakmanschap bij het ontwerpen van groene leefomgevingen.
Groennormen: van ambitie naar toepasbaarheid
Volgens “Stad + Groen” zijn er inmiddels meerdere groennormen in omloop, zoals de bekende 3-30-300-regel van Konijnendijk (3 bomen zichtbaar vanuit huis, 30% groen in de wijk, 300 meter tot het dichtstbijzijnde groen). Andere normen, zoals de Bomennorm, de Nationale Klimaatmaatlat en WHO-richtlijnen, richten zich op biodiversiteit, gezondheid en klimaatadaptatie.
Toch blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research en Sweco dat geen enkele norm universeel toepasbaar is. De effectiviteit hangt sterk af van het schaalniveau, de lokale context en het type groen. Daarom is er behoefte aan een flexibel, integraal meetsysteem dat rekening houdt met biodiversiteit, gezondheid én klimaat.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor ontwerpers, beleidsmakers en opleiders ligt hier een duidelijke opdracht: kijk verder dan alleen de hoeveelheid groen. Focus op de kwaliteit, diversiteit en locatie van het groen, en stem dit af op de specifieke kenmerken van een wijk of buurt. Alleen dan draagt vergroening écht bij aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving.
